Infosheet

Taalbarrières in zorg en sociaal domein

In Nederland wonen bijna 2,5 miljoen mensen voor wie het Nederlands niet de moedertaal is. Ze zijn hier gekomen om te werken, te studeren, vanwege familieredenen of omdat ze hun land zijn ontvlucht. Onder hen zijn veel mensen met wie zorgverleners niet of niet optimaal kunnen communiceren zonder taalondersteuning. Voor passende zorg en ondersteuning is het overbruggen van een taalbarrière echter essentieel. Hoe je dat in de praktijk kunt doen, is te vinden in de Richtlijn Omgaan met taalbarrières in de zorg en het sociaal domein.

 

Op de website zoschakeltueentolkin.nl staat per zorgsector informatie over hoe de financiering van tolken geregeld is en ook tips en adviezen voor het werken met tolken.

De waarde van een tolk was voor mij meteen zo klaar als een klontje. Want zij vertaalde niet alleen wat wij zeiden, zij stond op een gegeven moment ook even stil bij iets cultureels. Iets belangrijks wat ik echt niet had begrepen. Ja, zo’n gesprek met een tolk duurt langer, en kost extra concentratie en inspanning. Maar die ene keer dat ik dacht dat ik het wel zonder tolk kon, moest ik het consult daarop weer van voren af aan beginnen.

Petra de Jong, jeugdarts

De Richtlijn Omgaan met taalbarrières in zorg en sociaal domein

Er zijn verschillende opties om met taalbarrières om te gaan. De richtlijn Omgaan met taalbarrières in de zorg en het sociaal domein geeft professionals praktische aanbevelingen hiervoor.

Onderdeel van de richtlijn is een Beslisboom, die helpt om te bepalen wat te doen bij een taalbarrière:

  • een tolk inzetten,
  • de patiënt overdragen aan een zorg- of hulpverlener die de taal beheerst,
  • een naaste laten vertalen (maar nooit een kind!),
  • een digitaal hulpmiddel zoals een vertaalapp inzetten,
  • vertaalde materialen aanbieden,
  • en/of een cultuurmediator bij het gesprek vragen.

Hier vind je de samenvatting en de volledige richtlijn:

De richtlijn is ontwikkeld door vertegenwoordigers van 13 beroeps- en patiëntenorganisaties, onderzoekers, een richtlijnmethodoloog en Pharos onder leiding van de Patiëntenfederatie Nederland. In de richtlijn staat op pagina 3 welke beroepsorganisaties hebben meegewerkt en welke vorm van goedkeuring zijn aan de richtlijn hebben gegeven.

Voor de beroepsgroepen die de richtlijn hebben goedgekeurd vervangt deze de Kwaliteitsnorm Tolkgebruik bij anderstaligen, de professionele norm voor zorgverleners sinds 2014. Met andere beroepsorganisaties wordt nog besproken of zij de nieuwe richtlijn ook willen beschouwen als de nieuwe professionele richtlijn. Zolang daar nog geen duidelijkheid over is blijft de Kwaliteitsnorm Tolkgebruik bij anderstaligen voor deze beroepsgroepen geldig.

De richtlijn in het kort

De richtlijn bestaat uit drie modules:

    1. Hoe kun je vaststellen of en in welke mate er een taalbarrière is en of die het bieden van goede zorg of ondersteuning belemmert
    2. Hoe kun je bepalen welke vormen van taalondersteuning het best passend zijn om de communicatie te ondersteunen? En wie bepaalt welke taalondersteuning wordt ingezet
    3. Hoe kun je beoordelen of de communicatiedoelen worden bereikt bij een taalbarrière?

Informatiematerialen over de richtlijn

De komende tijd worden er door verschillende organisaties ondersteunende materialen ontwikkeld. Deze zullen we zoveel mogelijk beschikbaar stellen op deze pagina.

Toegang tot tolken

Wanneer het inzetten van een professionele tolk nodig is om goede zorg te bieden moeten zorgverleners deze laagdrempelig in kunnen zetten. Dit volgt uit de wettelijke en professionele kaders voor zorgverleners, zoals de WGBO, de Wkkgz en de Kwaliteitsnorm tolkgebruik bij anderstaligen in de zorg. Het ministerie van VWS onderschrijft sinds 2020, onder andere in brieven aan de Tweede Kamer, dat zorgverleners tolken moeten kunnen inzetten wanneer dat nodig is om goede zorg te bieden.

De financiering voor de inzet van tolken is echter een uitdaging sinds VWS in 2012 de subsidie voor de landelijke tolkentelefoon afschafte. Maar er komen steeds meer oplossingen. Er zijn regelingen voor de GGZ die onder de zorgverzekering valt en voor de verloskundige- en kraamzorg. Huisartsenpraktijken kunnen kosteloos tolken inzetten via de regionale Achterstandsfondsen en voor ziekenhuizen zitten de kosten voor tolken in de tarieven. Voor zorg aan mensen in de asielopvang (met een COA zorgnummer) en Oekraïense ontheemden kan kosteloos een tolk worden ingezet via Global Talk.

Op de website zoschakeltueentolkin.nl staat per sector in de zorg en het sociaal domein informatie over hoe de financiering van en toegang tot tolken geregeld zijn en ook tips en adviezen voor het werken met tolken.

Meer weten over de historie van financiering van en het beleid rond de inzet van tolken in de zorg en het sociaal domein? Kijk dan bij de Johannes Wier Stichting.

Naar boven