Factsheet

Sociaal economische Gezondheidsverschillen (SEGV)

Sociaal economische gezondheidsverschillen (SEGV) zijn systematische verschillen in gezondheid en levensverwachting, afhankelijk van iemands positie in de maatschappij, veelal uitgedrukt in sociaal economische status (SES). Sociaal economische status wordt bepaald op basis van opleiding, inkomen en positie op de arbeidsmarkt. SEGV zijn over de hele wereld aangetoond. In Nederland leven mensen met basisonderwijs of vmbo gemiddeld 5 jaar korter dan mensen met hbo of een universitaire opleiding. En zelfs 14 jaar in minder goed ervaren gezondheid. Naast opleiding zijn ook inkomen en positie op de arbeidsmarkt belangrijke algemene indicatoren voor de sociaal economische status, en daarmee voor gezondheid. Hoe hoger het inkomen, hoe hoger de gezonde levensverwachting. Ook het hebben van bijvoorbeeld een bijstandsuitkering of schulden hangt samen met slechtere gezondheid.

Sociaal economische status en gezondheid

Dit verband tussen sociaaleconomische status en (gezonde) levensverwachting vertoont een sterk verloop. Met elk stapje hoger op de maatschappelijke ladder, wordt de kans op een goede gezondheid groter. Daarbij is er een sterke wisselwerking tussen sociaal economische status en gezondheid. Mensen met een goede gezondheid zijn beter in staat om gunstigere posities op de maatschappelijke ladder te krijgen en behouden. Hebben zij eenmaal een gunstige positie, dan hebben zij ook meer kans gezond te blijven.

Onderliggende oorzaken gezondheidsverschillen

Gezondheid wordt bepaald door een combinatie van persoonlijke kenmerken en omstandigheden waarin mensen geboren worden, opgroeien, wonen en werken. Dit worden de sociale determinanten van gezondheid genoemd. Veel van deze sociale determinanten hangen samen met sociaaleconomische status en liggen vaak buiten het gezondheidsdomein. Denk aan ongunstige woon- en werkomstandigheden, ongezondere leefstijl, laaggeletterdheid, armoede en schulden. Daarbij is roken is een belangrijke leefstijlfactor waar nog een hoop gezondheidswinst te behalen valt op het gebied van gezondheidsverschillen.

Chronische stress

Ook ervaren lager opgeleiden meer chronische stress als gevolg van sociale of financiële problemen, zoals werkloosheid en langdurig leven in armoede. Chronische stress vergroot de kans op hart- en vaatziekten, diabetes en depressie en heeft een ongunstig effect op leefstijl. Daarnaast beïnvloedt chronische stress de cognitieve vermogens en vaardigheden om met problemen om te gaan.

Bij inwoners met een migrantenachtergrond spelen ook andere risicofactoren voor een slechtere gezondheid een rol, zoals:

  • de migratiegeschiedenis;
  • een andere beleving van ziekte;
  • andere verwachtingen van de zorg;
  • voorzieningen die niet aansluiten of minder toegankelijk zijn, en;
  • ook (ervaren) discriminatie hangt samen met een slechtere gezondheid.

Feiten en cijfers gezondheidsverschillen

Levensverwachting

  • Mensen met een lage opleiding (basisonderwijs + vmbo) leven 14 jaar minder in als goed ervaren gezondheid dan mensen met een hbo- of universitaire opleiding.
  • Mannen met de allerhoogste welvaart (alleen inkomen en vermogen) leven gemiddeld 25 jaar langer in goede gezondheid dan de minst welvarende mannen. Voor vrouwen verschilt dit 23 jaar.
  • Mannen met een lage opleiding leven ± 6,0 jaar korter. Bij vrouwen is dat ± 4,8 jaar.
  • Mannen met een laag inkomen leven ± 8,8 jaar korter. Bij vrouwen is dat ± 7,1 jaar.
levensverwachting

Aandoeningen en chronische ziekten

  • Diabetes komt voor bij 14.2% van de mensen met alleen basisonderwijs, terwijl dit slechts 2.5% is bij de mensen met een hbo- of wo-opleiding.
  • Acuut myocardinfarct (hartinfarct) komt veel vaker voor onder mensen met een lage SES dan onder mensen met een hoge SES. Tussen 1998 en 2007 is daarnaast de afname van de incidentie en van de sterfte aan een myocardinfarct onder de lage-SES-groep veel kleiner dan onder de hoge-SES-groep.
  • Mensen met basisonderwijs en vmbo hebben 2 tot 3 keer vaker COPD dan mensen met een opleiding hbo of universiteit.
  • 21% van de mensen met een lage sociaaleconomische status lijdt aan chronische stress, angst of depressie, vergeleken met 9% van de mensen met een hoge SES.
  • Bij zowel mannen als vrouwen hebben laagopgeleiden relatief vaker obesitas (ernstig overgewicht) dan hoogopgeleiden. Zo heeft 27,8% van de 45- tot 65-jarige laagopgeleide vrouwen obesitas en 10,7% van de hoogopgeleide vrouwen in dezelfde leeftijdscategorie.
  • De perinatale sterfte (sterfte rond de geboorte) ligt hoger in achterstandswijken in vergelijking met andere wijken.

Risico’s bij gezondheidsverschillen

  • Van mannen met basisonderwijs / vmbo tussen de 25-45 jaar rookt 52% tegenover 22% van de mannen met hbo of universiteit in die leeftijd.
  • Van vrouwen met basisonderwijs / vmbo rookt 16% tijdens de zwangerschap door, dit geldt voor 3% van de vrouwen met hbo of universiteit.
  • Mensen in de laagste inkomensgroep hebben ruim 3 keer zo vaak te maken met psychische klachten als mensen in de hoogste inkomensgroep (22,0% vs. 6,6%).
  • Mensen met schulden hebben vaker psychische problemen, rapporteren meer lage rugklachten en hebben vaker overgewicht of obesitas.
  • Van alle mensen met een minder goed ervaren gezondheid heeft 46% geen betaald werk.
  • Ongeveer 14% van de kinderen (bijna 25.000 per jaar) heeft geen goede start bij de geboorte door vroeggeboorte, een te laag geboortegewicht of een combinatie daarvan.
  • Bijna 7% van alle minderjarige kinderen in Nederland leeft in een bijstandsgezin.
  • 59% van de mensen die zich sociaal uitgesloten voelen in de grote steden heeft 2 of meer chronische aandoeningen.
  • Ongeveer 1/3 (29 tot 36%) van de volwassen Nederlanders is onvoldoende of beperkt gezondheidsvaardig.
  • 3,5 miljoen mensen in Nederland zijn laaggeletterd. Zij hebben moeite met lezen, schrijven en rekenen. Laaggeletterdheid hangt samen met een slechtere gezondheid.
JH_Pharos_kerncijfers_GV_llaaggeletterd_RGB

Duurzame aanpak gezondheidsverschillen

De oorzaken van gezondheidsverschillen zijn complex, liggen op meerdere domeinen en zijn nauw met elkaar verbonden. Het positief beïnvloeden van gezondheid ligt daarmee maar voor een klein deel in het volksgezondheidsdomein en grotendeels in andere beleidsdomeinen. Zoals armoedebeleid, onderwijs, huisvesting, werk en inkomen en ruimtelijke ordening. De aanpak van gezondheidsverschillen vraagt daarom om een brede aanpak. Waarbij gezondheid en gezond gedrag in samenhang worden bekeken, met de factoren die hierop van invloed zijn. Zoals leefsituatie, armoede, schulden en participatie in brede zin.

Programma’s Pharos

Via verschillende programma’s en thema’s werkt Pharos aan het duurzaam aanpakken van gezondheidsverschillen.

Bronnen en referenties

Naar boven